Hoe raak je verslaafd?

Je raakt niet zomaar van de ene op de andere dag verslaafd. Hier gaat in vele gevallen jaren aan vooraf. Jaren van gebruik, jaren van experimenteren met verschillende soorten drank en drugs. In veel gevallen is er altijd al een hypergevoeligheid geweest voor gedrag veranderende middelen. Het kan zijn dat je het alleen bij alcohol laat, of dat je via alcohol met andere middelen in aanraking komt. Misschien zweer jij bij het roken van hasj of wiet en een ander verliest zicht in medicijnen. In alcohol, drugs en medicijnen zitten werkzame stoffen die de juiste hersengebieden aanspreken. Die hersengebieden (neurotransmitters) geven jou die signaaltjes en gevoelens die jij precies op dat moment nodig hebt. Dan voelt het net alsof je in dat middel iets gevonden hebt wat je feite altijd ontglipte. Dat noem je dan ‘je drug of choice’. Dit kunnen er ook meerdere zijn. Of dat de ene de andere aanspoort. Maar in de meeste gevallen is er eentje favoriet. Hier schuilt het grote gevaar. Al die gevoelens die je ervaart zijn kunstmatig. Het is niet echt! Het laat jou ervaren dat je je beter, gelukkiger, meer opgewonden, slaperiger voelt of meer zelfvertrouwen hebt dan wanneer je het middel niet gebruikt. Wanneer het middel is uitgewerkt voel je een leegte, een ongenoegen en is de kans heel groot dat je in een vergelijkbare situatie ditzelfde middel weer gaat gebruiken. Met als doel hetzelfde effect als die allereerste keer! Uiteindelijk is de kans heel groot dat je hiermee een probleem krijgt. Afhankelijk van welk soort middel je gebruikt hoe snel je verslaafd raakt.

Verslaafd raak je door één, of een combinatie van onderstaande mogelijkheden:

  • Erfelijk:
    Het is mogelijk dat het erfelijk bepaald is dat je verslavingsgevoelig bent. Het hoeft niet zo te zijn dat wanneer één van je ouders verslaafd is, jij dat ook bent, maar de kans is aanzienlijk.
  • Levensomstandigheden:
    Denk aan opvoeding, normen en waarden, sociale druk, geloofsovertuiging, verkeerde vrienden etc.
  • Gebeurtenissen:
    Traumatische ervaringen, overlijden, verlies werk, pesten, misbruik, agressie en geweld, oorlogen etc.

De 5 fases tot verslaving:

Fase 1: Experimenteren
Iedereen die een middel gebruikt heeft, heeft dat ooit voor de eerste keer gedaan. Op een feestje, om erbij te horen of uit nieuwsgierigheid. Dit noem je de fase van experimenteren.

Fase 2: Recreatief gebruik
Bevalt het effect van het middel, dan gaan sommige mensen het wat vaker gebruiken. Je noemt dit recreatief gebruik. Bij recreatief, ook wel sociaal, gebruik ziet je gebruik er als volgt uit:

  • Incidenteel en alleen voor je plezier / ter ontspanning;
  • Waarbij je altijd bewust blijft van de risico’s; en een bewuste afweging maakt tussen de voordelen en de nadelen;
  • Op matige en gecontroleerde wijze, dusdanig dat het weinig tot geen effect heeft op andere belangrijke zaken (zoals afspraken, werk, studie, hobby’s of op contacten met familie en vrienden).

Fase 3: Gewoontegebruik
Gebruik je alleen voor je plezier, maar bijvoorbeeld wel elk weekend? Dan kun je jezelf afvragen of dit nog wel recreatief is. Kun je het bijvoorbeeld nog wel leuk hebben op een feestje of in de kroeg zonder? Wordt het gebruik voor jou eerder een gewoonte, dan mis je het als je het een keer overslaat. Dan spreken we van gewoontegebruik. Dit zijn signalen om serieus te nemen. Overweeg een tijdje te stoppen, naar andere feestjes te gaan of met een andere vriendengroep te gaan stappen.

Fase 4: Problematisch gebruik
Wanneer gebruik te gewoon wordt, bestaat het risico dat het invloed gaat hebben op andere belangrijke zaken in je leven. Bijvoorbeeld: je komt in de financiële problemen, je partner of andere belangrijke mensen geven aan moeite te hebben met gebruik. Of je komt bijvoorbeeld afspraken niet na, omdat je moeite hebt met opstaan. Er ontstaan dus problemen ten gevolge van je gebruik. Het gebruik wordt problematisch. Gebruik is ook problematisch als je het nodig hebt om je beter te voelen bijvoorbeeld om problemen te vergeten, om contact aan te kunnen gaan tijdens het uitgaan, om gevoelens te onderdrukken, etc.

Fase 5: Verslaving:
Onder andere wanneer je voortdurend aan het middel denkt, gebruiken een manier is geworden om met problemen om te gaan en stoppen zelf niet meer lukt spreken we van verslaving. Het is dan aan te raden om hulp te zoeken bij het stoppen.

In onderstaand animatie filmpje toont de kiwi het proces naar een verslaving. De gevolgen zijn voor elk middel hetzelfde. Hoe lang het duurt is afhankelijk van welk middel je gebruikt.